“Als mijn been eraf moet, dan hoeft het voor mij niet meer,” zei mijn 80-jarige vader. Door suikerziekte en nierfalen ging zijn vatenstelsel er zienderogen op achteruit. En de wonden aan zijn voet en been wilde nog maar moeilijk genezen. Als frequent bezoeker van het ziekenhuis, had hij al besloten om een euthanasieverklaring te tekenen, omdat hij niet na een verkeerd afgelopen ingreep “als een kasplantje verder wilde leven.”

Hoe herkenbaar dus het onderwerp van de geruchtmakende documentaire ‘Levenseindekliniek’ die in de Week van de Euthanasie in februari werd uitgezonden door de NTR. De discussie die daarna in alle media losbarstte over de dood van mevrouw Goudriaan die semantisch dement was (ze leed aan woordverlies) galmt nog na in mijn hoofd. De euthanasie van mijn moeder in 1990 is een gevoelige snaar die elke keer als het onderwerp voorbij komt, wordt geraakt.
Toentertijd betekende euthanasie een onnatuurlijke dood, die pas voorzien was van een protocol en waarbij de arts die hielp nog een bepaald risico liep. En liepen de gemoederen in het buitenland hoog op over de kersverse wetgeving in Nederland. In Trouw verscheen die dagen een artikel dat ik met veel instemming heb gelezen. Daarin werd gewezen op het gevaar van onuitgesproken maatschappelijke druk op de lijdende, doodzieke, patient om de omgeving niet langer te belasten, waardoor mensen eerder zouden besluiten ‘vrijwillig’ een einde aan hun leven te willen maken. Ik ben ervan overtuigd dat dit niet de hoofdreden van de doodswens van mijn moeder was, maar het speelde zeker mee.
Op televisie heb ik de deskundigen over elkaar horen struikelen om de woorden van mevrouw Goudriaan die niet verder meer kon komen dan “Hoppakee weg’’ te duiden als een bewuste doodswens. De waarheid is dat niemand meer kan zeggen, wat zij eigenlijk wilde. En dus is het besluit niet door mevrouw Goudriaan zelf genomen maar door haar omgeving. Ondanks dat het ongetwijfeld een zeer moeizaam en oprecht besluit is geweest.
Het zwaard van Damocles viel en het been van mijn vader ging eraf. Met de broek omgevouwen om de stomp, reden we met hem in de rolstoel naar het restaurant in het AMC, waar hij genoot van een kroketje. Mijn vader leerde zich op zijn ene bil in bed schuiven en in de auto, waar mijn zus en zwager hem regelmatig meetroonde voor een dagje uit in België of een familie-etentje in de bossen. Toen het proces van zijn ziekte uiteindelijk jaren later uitmondde in ondraaglijk lijden, hebben we lang naar zijn euthanasieverklaring moeten zoeken.