Geen mooier moment om op maandag wasdag over mijn moeder te schrijven. Het idee ontstond door het thema van de Boekenweek die nog tot en met het volgende weekeinde duurt: ‘De moeder de vrouw’. We schreven er al eerder over omdat de Stichting CPNB die de week organiseert alleen maar mannen kon vinden (Jan Siebelink en Murat Isik) om de traditionele geschenkboeken te schrijven.  De bekendmaking deed veel stof opwaaien en daarom werd inderhaast een gedicht, geschreven door een vrouw (Ester Naomi Perquin) toegevoegd. Het thema is immers ontleend aan een strofe uit het gedicht van Martinus Nijhoff.

Niet haar prachtige groene ogen

Ik weet niet welke herinneringen anderen aan hun moeder hebben. Als ik haar voor de geest probeer te halen, is het niet haar gezicht of haar prachtige groene ogen die alle kleuren van de zee konden aannemen, afhankelijk van de emotie die ik zie. Nee, het eerste waar ik aan denk zijn haar handen.

De hand die me zacht de klas induwde

Die warme hand, waarvan de huid aangedaan was door het soppen, het boenen en de afwas doen, waarin mijn kinderhand zo vertrouwd in aanvoelde. Of het nu was als we samen boodschappen gingen doen of als ik lekker warm tegen haar aanlag en zij me de kinderverhaaltjes voorlas uit de Margriet. De hand die me zacht de klas induwde toen ik voor de eerste keer naar de kleuterschool ging.

Heimwee naar mijn moeder

Wat wilde ik graag net zoals mijn twee oudere zussen naar school en toen ik eenmaal mocht, kreeg ik zoveel heimwee dat ik in het speelkwartier de zandbak uitglipte, het kippebruggetje overstak, langs de dijk liep waar nu de auto’s van de A10 over razen en me thuis voor de deur meldde. Hoe ik het portiek binnen gekomen ben, weet ik niet meer. Wel dat mijn moeder schrok toen ze me zag, me vermanend toesprak en me vervolgens met zachte hand weer bij school afleverde.

Het vlammetje van de emancipatie

Met diezelfde hand stak ze 8 jaar later met een lucifer haar sigaret aan en ontstak daarmee ook het vlammetje van haar eigen emancipatie. Haar andere hand gebruikte ze om dagelijks meerdere malen een zwieper te geven aan de hendel van een typemachine. Mijn moeder wilde weer werken, nadat ze door haar huwelijk gedwongen gestopt was. En ze wilde de verdienste tot grote schrik van mijn vader op een eigen bankrekening ontvangen. Binnen korte tijd klom mijn moeder op tot cheffin van de typekamer.

Puberteit moest nog worden benoemd

Het waren de jaren zeventig en mijn moeders hand ging steeds vaker voor het eten naar de jeneverfles. Een borreltje om bij te komen van een dag werk werd nog een borreltje, omdat ze bang was dat ze een slechte moeder was. Waarom had ze anders die conflicten met mijn twee oudere zussen die na de soos van de katholieke kerk Kabouter Vrijstaat hadden ontdekt in het Amsterdamse Bos en het spijbelen van school. De puberteit moest nog door deskundigen als zodanig worden benoemd.

Uit frustratie in de ziektewet

Geen waardering als typiste. Foto: Flickr.com

Mijn moeder zocht waardering en kreeg die helaas ook  als typiste niet van haar bazen, accountants op een middelgroot kantoor. Wie weet wat ze had kunnen worden in een andere maatschappij? Nu stak ze mij een hand toe, om op mijn eerstgeboren kind te passen. Ze was uit frustratie in de ziektewet geraakt. Gelukkig twee handen op een buik, mijn babydochtertje en zij.

Ga maar

Tot het laatst heb ik die roodgewassen hand vastgehouden. Ook toen ze vertelde dat de borstkanker uitzichtloos was geworden en of we begrepen dat ze zo niet langer wilde leven. Met hetzelfde zachte gebaar als ooit in de kleuterklas, duwde ze me nu weg de rest van mijn leven tegemoet. In gedachten hoor ik haar erbij zeggen: ‘Ga maar. En maak er wat beters van.”

Schrijf ons!

Ook uw herinneringen delen over uw moeder en de rol die ze in uw leven heeft gespeeld? Schrijf ze naar Meerdanvijftig.nl. Bij voldoende inzendingen publiceren we ze op onze website!