“Als ze maar gelukkig is.” Het is het eenvoudige antwoord van de ouders, die net hebben gehoord dat hun dochter een relatie heeft met een meisje. We zijn met zijn vieren uit eten. Ik weet dat ze afgelopen week hebben kennisgemaakt met de vriendin van hun dochter. We behoren allen tot de generatie die is opgevoed met maar één vorm van seksualiteit en maar één vorm van een relatie, respectievelijk heteroseksualiteit en het huwelijk. Het laatste liefst in de kerk bezegeld.

Onverdraagzaamheid en discriminatie vergeten

Ik vroeg me af, hoe onze tafelgenoten het nieuws hadden ervaren. Hoe was de kennismaking verlopen?“Je houdt je toch niet bezig met het seksleven van je kinderen?” zegt de moeder. “En dan blijft er alleen de vraag over of de partner een aangename persoon is. En de eerste indruk is dat het een aardig mens is.”

Je zou door zo’n voorbeeldige reactie bijna vergeten wat de aanleiding is voor de bonte parade in Amsterdam. Opgevoed in de jaren zestig, los geraakt van de heersende moraal in de jaren zeventig is mijn motto vrijheid, blijheid. Maar veel van mijn homoseksuele leeftijdgenoten hebben een persoonlijke geschiedenis van onverdraagzaamheid en discriminatie.

Lodi, Harry en Geert

Als ik de wuivende bemensing op boten langs zie gaan, denk ik aan Lodi met wie ik tijdens een tussenuur van onze middelbare school op de dijk zat. Hij moest huilen, omdat hij niet aan zijn dominante Indische vader kon vertellen dat hij niet zo was als zijn macho broers.

Maar ook aan Geert die zich niet meer welkom voelde in het Limburgse katholieke gezin waar hij was opgegroeid. Aan Harry die getrouwd is met zijn veel jongere vriend, maar zonder de aanwezigheid van zijn bejaarde halfzus, want die vindt dat het huwelijk aan man en vrouw toebehoort. Aan het publiek op de tribune bij een voetbalwedstrijd dat ‘homo’ roept als een voetballer al te snel op de grond gaat liggen. Hetzelfde publiek dat na een wedstrijd grappend roept, dat de spelers  ‘een treintje‘ vormen onder de douche. Aan de mannen in de kroeg, waar ik met een lesbische vriendin kwam , die informeerde wie nu het mannetje of het vrouwtje van ons was.

Vijftig tinten roze en één zwart?

En ik moet denken aan mijn zus die bang is dat er aan de gracht tussen de vijftig tinten roze een man in het zwart staat. Een man die onder de vlag van de multiculturele samenleving een nieuwe golf van afkeer teweeg brengt. Een man met een mes, een rugzak met een bom of een schietwapen. Ze is niet de enige. Gelukkig was de angst onterecht en heerste er een sfeer als op Koningsdag. De sfeer van leven en laten leven.