Midden in de nacht zorgt het overvloedige eten van de moeder van eigenaar Francisco dat ik een tijdlang lig te woelen in mijn bed in de Siciliaanse agriturismo San Marco aan de noordelijke voet van de Etna. In de badkamer tuur ik uit het raam en plotseling bekruipt me het gevoel dat ik de enige ben op Sicilië die ziet dat de vulkaan op uitbarsten staat. Lichtflitsen, oranje licht verlichten stoomwolken die uit de vulkaan opstijgen maar uiteindelijk twijfel ik aan mijn eigen waarneming (‘Ze zullen hier toch wel een waarschuwingssysteem hebben?’) (‘Misschien wel erg zwaar getafeld?’)  en kruip weer naast mijn echtgenoot die heerlijk ligt te knorren. De volgende ochtend word ik wakker, zonder dat er een poging is gedaan ons te evacueren. De zon schijnt en de vulkaan hult zich in onschuld. De natte grond verraadt dat er ‘s nachts een onweer voorbij getrokken is.

De nachtelijke zinsbegoocheling zet wel mijn stemming voor ons bezoek op Sicilië. Ogenschijnlijk een heerlijke zonnig toeristenoord, mix van cultuur en culinair genoegen maar ook met een spannende kant. Die ik met een blik op de prachtige natuur, het heerlijke eten en de krachtige wijn erbij prima denk te kunnen negeren.

GEEN WITTE WIJN MAAR VISSEN

Ik zie mezelf al met een glas sprankelende witte wijn in de hand op een wat verveloze maar vooral romantische vissersboot, terwijl aangenaam gebronsde zeelieden in de ochtendzon de vangst van de dag ophalen. De werkelijkheid wordt echter al aangekondigd met een grijze lucht boven Cefalú vlak bij Palermo.En ook het romantisch blauwe scheepje blijkt een klein grauwwit polyester motorbootje waarop  kapitein Roberto ons ontvangt. In plaats van een glas wijn krijgen we een nylon snoer in onze handen gedrukt. En ik realiseer me dat wij zelf een hengel gaan uitgooien. “Ik heb nog nooit gevist,” stamel ik, terwijl Roberto met een dot gas het bootje over de golven richting open zee laat stuiteren. Met weinig woorden helpt hij ons echter met aas en als we dan enige tijd naar onze dobber in de golven turen, dreigt er met het schitterende uitzicht op de kust zowaar een filosofische rust over me neer te dalen.

Niet voor lang, want een tonijn heeft zich vergist in het lekkere hapje en is nu letterlijk aan de haak geslagen. Mijn haak, wel te verstaan. Tijd om in paniek te raken is er niet want gelukkig springt Roberto onmiddellijk bij. Daar zwiept de tonno al de boot binnen en ik kijk met afgrijzen hoe het rode vissenbloed zich met het zeewater in de boot vermengt. Een kortdurende golf van sympathie met de dierenpartij van Marianne Thieme overspoelt mij als de visser korte metten maakt met  de door ons gevangen tonijnen en ze in een witte emmer deponeert.

Het is meteen ook het einde van ons avontuur, want Roberto attendeert ons op de donkere wolken die uit het westen komen opzetten. “Piove”, regen, kondigt hij aan en met dezelfde vaart waarmee het zeegat uitstormde, stevenen we nu weer af op de kust waar Cefalú bij elk weertype een schilderachtig plaatje oplevert.

MAFFIA-AVONTUUR

Zon, regen, prachtige luchten met de laatste zonnestralen maken van Sicilië in het najaar een levende reisbrochure. Zelfs het armoedige en architectonisch weinig interessante Corleone, het plaatsje dat voor altijd verbonden is met de films van Francis Ford Coppola over The Godfather, krijgt er een mooi sausje door.

We volgen er de bordjes richting het Maffiamuseum. Maar ook daar haalt de -bloedstollende- werkelijkheid mijn romantisch beeld van vitrines met oude geweren of grote borsalino’s in. Een donkere dame met ernstig gezicht, benadrukt door een zwarte bril, vangt ons groepje op bij een boekenkast vol orders. Procesmateriaal van de lange strijd die een groepje rechters, waaronder de beroemde Falcone,  heeft gevoerd. En ook al is er aan de gruwelijke reeds moorden en aanslagen in de jaren negentig een einde gekomen, de strijd is nog lang niet gestreden, maakt ze aan de hand van gelukkig zwart-witte foto’s van vermoorde Sicilianen duidelijk. Nooit geweten dat zelfs de manier waarop de aanslagen werden gepleegd, tegelijkertijd  een gruwelijke boodschap van de maffia was aan de overlevenden.

De schitterende zonsondergang maakt snel plaats voor het duister, waarin wij onze huurauto richting Trapani sturen. Daar tussen de glinsterende zoutmeren in een vrolijke wit geschilderd hotelletje is het historisch geweld op Sicilië ver weg. Niets verstoort het romantisch verlichte pad naar het restaurant. Waar de in zout gegaarde zeebaars heerlijk smaakt. En de wijn de stemming opperbest maakt.  “Ze proberen ons te vermoorden,” concludeert mijn partner met gevoel voor de  Siciliaanse sfeer. “Maar dan met eten!”

Lees meer van Stella Ruisch over Sicilië op Telegraaf.nl