Vergenoegd kijkt Emma om zich heen. Het moet gezegd worden, haar dochter Anneloes heeft het huis waar zij woont, met haar partner Anne-Claire en hun twee kinderen, Rupert en Vlinder, prachtig ingericht. Jammer dat ze er door hun drukke banen maar zelden zijn.  

Rupert nestelde zich

knus tegen haar aan

‘Wil je nog een slokje thee, Omie?’, vraagt Vlinder, die zich gezellig naast haar op het leren ziteiland heeft geïnstalleerd. Zorgvuldig controleert ze de temperatuur van de thee om vervolgens het rietje behoedzaam bij haar oma’s mond te houden. ‘Zal ik je dat nieuwe spelletje, dat ik van Sinterklaas kreeg, laten zien, Oma?’, vraagt Rupert, terwijl hij zich aan haar andere zijde knus tegen haar gipsen arm met prachtige kindertekeningen versierd, aan nestelt. ‘Nou, dat lijkt me enig’, zegt Emma, ‘maar geef eerst even Poezemien te eten. Ze is zo onrustig.’

Terwijl haar tienjarige kleinzoon, zonder morren, de voederbak van de grote, oude lappenkat vult met brokjes, denkt Emma vertederd aan het gejuich van haar twee kleinkinderen, toen zij vorige week direct uit het ziekenhuis de drempel overstapte om bij haar dochter in huis te herstellen.

Ze kon onmogelijk terug

naar haar huis

Een heel andere reactie dan de diepe zucht van haar dochter Anneloes toen dokter Daniel, tevens buurman, in het ziekenhuis aan haar en haar broer Mark duidelijk had gemaakt dat hun moeder zo onmogelijk terug naar haar eigen huis kon.

‘Haar armen moeten zeker zes weken in een gipsverband en door haar hersenschudding heeft ze optimale rust nodig’, had hij streng gesproken. ‘Bovendien is haar woning niet toegankelijk. Ik hoop dat de politie de dader kan achterhalen! Er zijn helaas meer inbraken in onze straat gepleegd.’

Emma had net gedaan alsof ze de stiekeme, wanhopige, blikken die haar dochter en zoon met elkaar uitwisselden boven haar ziekbed niet had gezien.

Teleurstellend vond ze dat wel, na alle keren dat ze hun te hulp was geschoten. Zieke kinderen opvangen, maaltijden koken, een wasje draaien; ze had zelden nee gezegd, als ze om hulp vroegen. Om nog maar te zwijgen van haar, terugkerende, financiële steun, om de vele wensen van Mark en Anneloes werkelijkheid te doen worden.

Uiteindelijk was besloten dat Emma de hele decembermaand bij Anneloes zou wonen.  Haar dochter had nadrukkelijk verlangd –zelfs geëist- dat Mark de geplande wintersportvakantie met zijn gezin zou afzeggen. ‘Om te helpen er ‘dan maar het beste’ van te maken’, had ze met een verwijtende blik naar Emma tegen haar broer gezegd. ‘Ik weiger deze verantwoordelijkheid alleen te dragen!’

Ze had genoten van

de spanning in huis

Desondanks had ze de afgelopen dagen, met haar kleinkinderen, genoten van de feestelijke spanning die bijna tastbaar aanwezig leek in een huis met kinderen in de dagen rond St. Nicolaas.

feuilleton
Met zijn drieën hadden ze naar Sinterklaasjournaal gekeken.

Ze hadden gedrieën het Sinterklaasjournaal gevolgd, schoenen gezet, gedichten geschreven en de kinderen hadden, volgens haar aanwijzingen, zelf pepernoten gebakken. ‘Veel leuker dan de BSO’, had Rupert haar toevertrouwd. ‘Ze duwen me daar steeds weg!’

Enthousiast hadden ze zelfs spontaan een pakjesavond georganiseerd. ‘Oom Mark moet komen, mèt Tante Elspeth en hun kinderen Frank en Florijn!! En ook buurman Daniel,want die heeft Omie’s leven gered!’ had de achtjarige Vlinder, met rode wangen van opwinding, gezegd.

‘Maar geen vieze surprises!’ hadden Anneloes en Anne-Claire, na lang tegensputteren ingestemd.

Haar man was als een blok

gevallen voor een paaldanseres

Afgezien van de chocoladeletter -waar Florijntje per ongeluk op had gezeten, waardoorhet mooie kussen van de bank onherstelbaar was besmeurd- was het een ‘heerlijk’ avondje geweest. Het had Emma doen denken aan het plezier waarmee ze het feest als gezin altijd gevierd hadden.

Ze had de afwezigheid van haar man, die avond, als een gemis ervaren. Drie jaar geleden was hij als een blok gevallen voor de charmes van een paaldanseres. ‘Topsport, hoor! Op WK-niveau!’, hield Jan niet op te benadrukken.

Maar door de hongerige blikken waarmee hij naar zijn hoogbenige jonge vrouw keek, de enkele keren dat ze hen samen had ontmoet, was het Emma onmogelijk geweest haar associaties met een sexclubdanseres los te laten. ‘Jan had altijd wat primair gereageerd’, had ze bij zichzelf gedacht.

‘Dit is een rechercheur,

hij wil even met je praten’

‘Omie, de bel gaat! roept Vlinder, terwijl ze in haar haast om de deur te openen bijna struikelt over het opzichtige zebravel op de vloer. ’Het is Willem!’ Met de zwarte labrador, die van blijdschap tegen haar opspringt tuimelt ze de huiskamer binnen, gevolgd door zijn eigenaar Daniel, de buurman van Emma. Naast hem verschijnt een serieus kijkende jongeman, gehuld in een beige regenjas. ‘Dit is rechercheur Molenaar. Hij wil even met je praten, Emma,’ zegt Daniel, terwijl hij Emma liefdevol aankijkt.

Emma slaakt een zachte kreet van afschuw

Nadat de kinderen, met Willem, naar de ruime tuin zijn vertrokken, nemen beide mannen plaats in de, strategisch opgestelde, kuipstoeltjes tegenover Emma. ‘Bij het onderzoek naar de inbraak in uw huis en uw ‘valpartij’ in het park hebben wij besloten dit als een geval van huiselijk geweld te benaderen.’ zegt rechercheur Molenaar onomwonden. ‘Uw ex-echtgenoot is daardoor onze eerste verdachte. Hij heeft ons geen bevredigend antwoord kunnen geven op de vraag waar hij was op het tijdstip van de inbraak. Helaas moet ik u mededelen dat wij uw ex-man hebben moeten arresteren op verdenking van inbraak en mishandeling.’

Met een zachte kreet van afschuw laat Emma zich achterover in de kussens van de bank vallen.