Gedichtenbundels worden slecht verkocht, poëzie wordt zelden gelezen. Terwijl heel veel mensen wel gedichten schrijven. Wiette van Klingeren gaat aan het begin van de Poëzieweek op zoek naar de grillige liefde voor lyriek.

Op bezoek bij poëzie-liefhebber Herman

Traditiegetrouw start de Poëzieweek vandaag met Gedichtendag. Daarom ga ik op bezoek bij mijn vriend Herman Verlint. Ik heb Herman leren kennen tijdens de studie cultuurwetenschappen. Hij is altijd zorgvader geweest voor zijn kinderen,  Dat combineerde hij met vrijwilligerswerk op scholen en sportverenigingen. Een man van veel interesses en een liefhebber van poëzie. Hij vertelt graag over zijn grote passie. Vandaag deelt hij bovendien twee gedichten met ons.

Niets meer smeken je handen, dingen nu,

Noch overtuigen je nu stille lippen,

In ’t vochtig ondergrondse

Van de zware aarde.

Alleen wellicht de lach waarmee je liefhad

Balsemt je, en tilt in de gedachten

Die je was, nog slechts

Verrotte bijenkorf.

De nutteloze naam die je bij leven

Als een ziel op aarde droeg, leeft niet

Meer voort. De ode grift

Een glimlach zonder naam.

Fernando Pessoa schreef over zijn geliefde

“De bekende Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935) schreef dit gedicht in 1927. Hij schreef het onder het heteroniem (een soort pseudoniem) Ricardo Reis. Je begrijpt al snel dat dit gedicht vertelt over een dode geliefde. Dat voel je eerder dan je het leest, dat is wel vaker bij een gedicht. Vaak grijpen de eerste regels je al aan.”

Zelfgebakken koek en poëziebundels

In zijn gezellige huiskamer waar de boekenkasten goed gevuld zijn en de tafel vol ligt met poëziebundels, zet Herman een schaal met heerlijke (zelfgebakken!) koeken voor me neer. Mijn hond krijgt een bakje water.

Lezen en luisteren naar poëzie

“Ik kom altijd tijd te kort; er zijn zoveel zaken die me interesseren. Met geschiedenis en literatuur heb ik me altijd beziggehouden. En ik ben dol op Portugal; het land, de taal en de cultuur. Daar zou ik eens langere tijd willen doorbrengen. Als mijn vrouw over een paar jaar niet meer hoeft te werken, kan dat misschien! Gelukkig deelt zij vaak mijn enthousiasme. En natuurlijk besteed ik veel tijd aan het lezen en luisteren naar poëzie.”

“Mijn belangstelling werd gewekt op de middelbare school toen ik ongeveer zeventien jaar was. In de klas bespraken we een gedicht van Nijhoff. Dat de titel ‘Impasse’ was, begreep ik al uit de tekst. Het maakte indruk op me; dat de dichter een zó duidelijk emotioneel beeld wist te schetsen door zijn woordkeuze!”

Op de camping lessen in lyriek

“Langzaam maar zeker is poëzie een grotere rol in mijn leven gaan spelen. Als ik een mooi gedicht tegenkwam schreef ik het over of prikte ik het aan de muur in de wc. Je hebt tijd nodig om aan een gedicht te wennen; zó bleef het onder mijn aandacht. Op enig moment wilde ik meer kennis van zaken hebben. Ik nam toen het boek van W. Bronzwaer mee op vakantie; Lessen in lyriek. Op de camping, vóór de tent, heb ik dat toen uitgelezen.”

Misschien wel een kenner van poëzie

“Inmiddels ben ik een échte liefhebber, misschien zelfs een kenner. Ik ga graag naar de verschillende festivals; De Nacht van de Poëzie in Utrecht of het Kunstenfestival Watou in België. Regelmatig bezoek ik de poëzie bijeenkomsten van De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Ook heb ik een zeven jaar lang, met enorm veel plezier, een poëzieclub aangestuurd. Want poëzie is heel geschikt om met elkaar te delen. Er staat wat de lezer verstaat. Samen ontdek je veel meer aan een gedicht.”

Hardop gedicht lezen is vereiste

Herman gaat staan om het tweede gedicht voor te lezen. “Als je een gedicht wilt begrijpen, is hardop lezen een vereiste”, benadrukt hij.

De muze

 Het lijkt wanneer ik op haar zit te wachten,

’s Nachts, of het leven aan een draadje hangt,

Ach, eer, jeugd, vrijheid – het zijn loze krachten

Voor deze lieve gast. Zie in haar hand

Een fluit, haar sluier is teruggeslagen,

Met aandacht in haar blik slaat zij mij ga.

‘Was jij het die aan Dante,’ zal ik vragen,

‘De Hel dicteerde?’ Zij zal zeggen: ‘Ja.’

Dichteres wacht op  inspiratie

 “Dit gedicht is in 1924 geschreven door de Russische dichteres Anna Achmatova (1889-1966). Ik vind dat zij een prachtig beeld neerzet van een dichteres die op inspiratie wacht. De verwijzing naar Dante en de Hel vind ik veelzeggend. Zij had een zwaar leven in Stalinistisch Rusland. Zelfs als je dat niet weet, vóel je toch die tragiek in dit gedicht.”

Poëzieweek duurt tot 31 januari

Ik verlaat Herman met mijn hoofd, nee, mijn hart vol gedichten en gedachten. In de eerste boekwinkel die ik tegenkom zoek ik een mooie poëziebundel uit!

De Poëzieweek 2018 vindt plaats van 25 januari t/m 31 januari