Naar Edinburgh moet je natuurlijk in de kerstperiode. Om samen met de Schotten op een ongeëvenaarde manier het nieuwe jaar in te luiden tijdens Hogmanay. En anders in augustus als heel Edinburgh in het teken van het Fringe en International Festival staat. Wij gingen echter in januari naar de Schotse hoofdstad. Gewoon omdat het kon. En omdat Edinburgh ook op andere tijdstippen in het jaar een goede bestemming is voor een stedentrip Edinburgh.

 

 

Edinburgh Castle torent ogenschijnlijk ongenaakbaar boven de stad uit.

30.000 mensen op vierkante mijl

Normaal gesproken zou ik zeggen ‘houd je ogen goed open en kijk om je heen’ maar hier in Mary King’s Close is het een goed idee de ogen toch even te sluiten. Om je een voorstelling te maken van het Edinburgh, zo’n drie eeuwen terug. Overspoeld door arme highlanders op zoek naar werk en vooral veiligheid op die grote zwarte rots, waar het Edinburgh Castle boven de omgeving uittorende. Op dat moment woonden er 30.000 inwoners op de vierkante mijl (anderhalve kilometer).

Huizen van 5 tot 8 etages

Ze leefden op en in elkaar langs smalle straatjes zoals in Mary King’s close, die we nu als romantisch zouden betitelen. In huizen, als die bouwsels de naam verdienden, van 5 tot 8 etages hoog. Boven woonden de middenklasse, die zoals de naamgeefster en geslaagd zakenvrouw Mary King, van een sprankje zonlicht kon genieten. Onderin woonden de arme huurders in het donker. Ze sliepen met zijn twaalven op stro, met als enig meubilair een tafel en wat stoelen. “Agnes Chambers, geboren in 1555. Ik zie er nog goed uit, hè voor een paar honderd jaar oud!”, stelt onze gids zich met een grap voor. Mary King’s close lag het dichtst bij het stinkende en vervuilde moeras van het Nor’Loch. Agnes leidt ons rond tussen de resterende half afgebroken woningen, waar mensen als vliegen stierven aan de builenpest en andere vreselijke ziektes.

Na eeuwen vraagt meisje nog om haar pop

Arme zielen, die volgens ‘Agnes’ nu nog steeds komen spoken.
Ook bij ons, toeristen, waarschuwt ze voor een meisje dat na eeuwen in een van
de verlaten woningen nog om haar verdwenen pop komt vragen. Je gelooft het zo
in de kale, kille vervallen gewelven, waar het grote classicistische
beursgebouw eind 18de eeuw plompverloren bovenop is gezet, daarmee
het laatste daglicht in het straatje voorgoed verdrijvend. Wie van spoken en
geesten houdt, kan mee op deze maar ook andere angstaanjagende, ondergrondse,
tochten in Edinburgh

Na spoken wachten de winkels

 

 

Trots op 18de eeuwse schavuit Deacon Brodie.

Zelfs tijdens de prima lunch met gerookte Schotse zalm in een gezellig eetcafé kunnen we nog griezelen bij de aanblik van een galg, ontworpen door ene Deacon Brodie. Maker, dief en zelf tot zijn eigen galg veroordeeld in 1788. Volgens de overlevering was de geruchtmakende misdadiger de inspiratiebron voor Robert Stevensons boek over dr.Jekyll en dr. Hyde staat er onder de muurschilderingen. Gelukkig is er inmiddels na de demping van het Nor’Loch in de 19de eeuw naast een prachtige park een complete ‘New’ Town ontworpen. Anno 2019 biedt Princes Street ruim voldoende winkelplezier aan de toerist op zoek naar wat vrolijker afleiding.

Geniet van prachtig uitzicht op Edinburgh

En er kan tegenwoordig genoeg frisse lucht in en om Edinburgh worden ingeademd. Wij liepen de Royal Mile af, de hoofdstraat die zo is genoemd, omdat het de weg was die de koninklijke familie moest afleggen tussen hun twee paleizen, Edinburgh Castle en Holyrood House. Geleidelijk verandert de geschiedenis in de natuur van het Holyrood Park en de heuvels van Arthur’s Seat. Een uitdaging met de beijzelde hellingen in dit winterweer maar wat een prachtig uitzicht vanaf de top! Geniet hier van een prachtige zonsondergang, schrijven de reisgidsen voor maar daar hebben wij als vijftigplussers met -2 op de thermometer toch maar niet op gewacht.

We komen graag terug voor volgend glas

 

 

The Last Drop ligt aan het plein waar vroeger de galg stond, vandaar.

Edinburgh biedt genoeg horeca om na zo’n frisse wandeling weer op te warmen. En waar kan dat nu beter mee dan met een echte, jaren oude, Schotse whisky? Ook al dronken we hem in ‘The last drop’, we komen graag nog eens naar Edinburgh terug voor een volgend glas.

6 tips voor een bezoek aan de Schotse hoofdstad

  1. Castle Rock. Trek een paar uur uit voor deze zwarte rotsformatie die miljoenen jaren geleden werd gevormd uit een uitgedoofde vulkaan. Niet alleen om van het uitzicht te genieten maar ook om de verhalen te leren kennen die de binnen de burcht gelegen musea en zalen te vertellen hebben. En besluit je bezoek in de kluis met de Schotse kroonjuwelen die door Sir Walter Scott aan de vergetelheid zijn ontrukt.
  2. Bezoek de 300 jaar oude Royal Botanical Garden. Bij goed weer is het buiten in elk seizoen mooi maar ook bij slecht weer bieden de kassen een boeiende wereld aan planten. Ook voor wie zich geen tuinliefhebber voelt.
  3. Wandel bij mooi weer naar Arthur’s Seat of bewonder de steile heuvel en bezoek aan de voet Holyrood House, het onderkomen waar Mary Queen of Scots een deel van haar tragische leven doorbracht.
  4. Op de grens van Edinburgh licht het dorpje Rosslin, bekend om zijn bijzondere Rosslyn Chapel. Voel het mysterie in de kapel die een belangrijke rol speelde in het boek van Dan Brown, de Da Vinci Code. Tijd genoeg? De kapel ligt in een prachtige omgeving, waar je ook prima kan vertoeven.
  5. Lunch in Leith, de havenstad aan de Firth of Forth die door Edinburgh is opgeslokt. Oude 19de eeuwse pakhuizen zijn opgeknapt en herbergen nu leuke winkeltjes en eettentjes. Wandel naar de Ocean Drive, hypermodern winkelcentrum, waarachter de ‘royal yacht Britannia’ zich verbergt. Voor wie zich wil vergapen aan het luxe leven van de koninklijke familie.
  6. Musea te kust en te keur. Weinig geld? Toegang tot de meesters en hun schilderijen in de National Portrait Gallery is gratis. Meer geld ben je kwijt aan het Whisky Museum. Want dan loop je het risico dat je voor de charmes van zo’n dure, minimaal 10 jaar oude, hartverwarmer valt…