In stijl van de tijdschriften vroeger trakteert Meerdanvijftig.nl u deze kerstmaand op een spannende feuilleton die Wiette van Klingeren speciaal voor u heeft geschreven. In deel 1 werd Emma wakker in het ziekenhuis. In deel 2 vierde ze gedwongen Sinterklaas bij haar dochter thuis. In deel 3 voelt Emma de spanning van de donkere dagen voor kerstmis. Hier volgt het slot: hoe verloopt het kerstdiner met iedereen aan tafel?

‘Anneloes, kom je even helpen!’ roept Emma vanaf het toilet. Zuchtend stapt Anneloes van het wankele keukentrapje af, waar ze juist met veel moeite op was geklommen om de enorme kerstboom van een grote zilveren piek te voorzien. De dagelijkse zorg voor haar moeder begint haar zichtbaar op te breken; donkere kringen tekenen zich af onder haar vermoeide ogen.

Emma heeft uitgesproken ideeën over het vieren van decemberfeesten.

Dat Emma uitgesproken ideeën heeft over het vieren van de traditionele decemberfeesten maakt het er niet gemakkelijker op. Direct na het vieren van een inderdaad heel geslaagde Sinterklaasavond met de hele familie, ontvouwde ze haar plannen om het huis ‘eens gezellig in kerstsfeer’ te brengen’.

Alle ideeën van ‘Omi’ werden door Rupert en Vlinder met gejuich ontvangen en alle praktische bezwaren, die Anneloes en Anne-Claire zagen opdoemen, werden opgelost voordat ze waren uitgesproken.

Kerstballen en herinneringen

uit haar jeugd

Zo werd er geregeld dat Emma’s tuinman een kerstboom –‘al handig in een standaard, lieverd’- kwam neerzetten en dat buurman Daniel de enorme doos met kerstversiering uit haar huis overbracht. Toen Anneloes de  doos vanmiddag met flinke tegenzin had geopend om de boom te versieren, bleek deze niet alleen gevuld met kerstballen en kerstslingers, maar vooral veel herinneringen aan haar jeugd te bevatten.

Goede herinneringen, dat moet worden gezegd . ‘Mam wist altijd al hoe ze een goed feestje moest bouwen!’, denkt Anneloes terwijl ze samen met haar moeder terugkeert van het toiletbezoek.

In de chaotische huiskamer probeert Anne-Claire, de partner van Anneloes, zoonlief Rupert er tevergeefs van te weerhouden om te jongleren met drie kerstballen.

Waar rook is, is vuur

‘Jan heeft gebeld’, zegt ze, met een verhit gezicht tegen Emma en Anneloes. ‘Hij vraagt of hij hier kan logeren. Hij wordt niet meer verdacht van de inbraak. Maar zijn vriendin heeft het uitgemaakt. Want ‘waar rook is, is vuur!’ heeft ze gezegd.’

Op de een of andere manier vindt Emma dat een typerende uitspraak voor een paaldanseres. Ze ziet in gedachten vlammen opstijgen langs een paal waar een lenige jongedame zich omheen vouwt. Ze wendt haar gezicht af om een glimlach te verbergen.

Belachelijk die man te verdenken

‘Bel papa maar even terug’,  zegt ze tegen Anneloes. ‘Hij kan voorlopig wel in mijn huis. Daar ben ik voorlopig toch niet. Dan kan hij meteen een beetje opruimen en de schade herstellen.’ Ze ziet Anneloes een zucht van opluchting slaken bij deze onverwachte uitweg. ‘Maar nodig hem wel uit voor het kerstdiner. We kunnen die arme man toch niet alleen laten zitten met Kerst? Belachelijk om hem van inbraak te verdenken! En van mishandeling! Die man heeft zijn leven lang nog geen vlieg kwaad gedaan!’ ‘Dat zijn vlees zwak is, verdient geen gevangenisstraf.’ denkt ze er bij zichzelf achteraan.

“Ik zal toch meer tijd bij Emma doorbrengen”

Er wordt op het raam van de erker geklopt. In de voortuin staat haar buurman Daniel: sinds hij haar in het park vond, waar hij zijn hond uitliet, en haar opname in het ziekenhuis waar hij internist is, is hij kind aan huis op haar hersteladres. In zijn armen heeft een grote bruine doos, die op de grond dreigt te vallen omdat Willem, de labrador, woest aan zijn lijn rukt.

‘Goedemiddag, dames en heer’ zegt hij, terwijl hij de huiskamer binnenloopt en het grote pak op het vloerkleed zet, ‘Ik dacht mijn verlichte rendieren met arrenslee dit jaar maar eens hier in de tuin te installeren! Uiteindelijk zal ik de Kerstdagen meer tijd bij Emma doorbrengen dan in mijn eigen, lege huis.’

Net op tijd weerhoudt hij Willem ervan zijn poot op te tillen bij de kerstboom. ‘Naar buiten jij!’, roept hij, terwijl hij de tuindeur openzet en de hond een duw tegen zijn achterste geeft. ‘Hoe is het met mijn allercharmantste patiënte?’ Hij begroet Emma met een hartelijke kus op haar voorhoofd. Die overziet,  zichtbaar genietend vanaf de comfortabele bank de groeiende chaos in de huiskamer van haar dochter.  Emma ziet de scherpe blik van Anne-Claire, die even haar wenkbrauwen optrekt.

“Gaaf, herten met lampen!”

‘Daniel, eerlijk gezegd houden wij niet van zulke opvallende kerstversiering in onze tuin.’ zegt ze zo tactisch mogelijk. Haar woorden lossen op in het oorverdovende gejuich van de kinderen. ‘Gaaf! Herten met lampen!’ roept Rupert, terwijl hij een rode kerstslinger om zijn hoofd windt. ‘Dat wilde ik altijd al zo graag! Mag ik helpen met neerzetten?’ Hij heeft zijn winterjas al aan en rent naar buiten, de hond achterna.

Anne-Claire zoekt, met zichtbare paniek in haar ogen, hulp bij Anneloes. Maar die heeft haar aandacht-met één vinger in haar oor om de herrie buiten te sluiten- bij het telefoongesprek met haar vader. ‘Maar had je haar al je wachtwoorden dan gegeven? Lekker handig, pa!’, hoort Emma haar zeggen. Het ziet ernaar uit dat Jan voorlopig nog niet uit de problemen is!

De engel spat in ontelbare stukjes uiteen

Zo’n engel is een sentimentele, romantische illusie.

Vlinder staat inmiddels, op een been, te wiebelen op het keukentrapje bij de kerstboom. In haar hand een tere kerstengel van glas, met ragfijne witte haren. ‘Kijk, Omi, deze engel lijkt precies op jou!’ roept ze enthousiast. De engel ontglipt haar onvaste kinderhanden en spat op de vloer in ontelbare stukjes uiteen.

‘Dat kan gebeuren, Vlinder’, zegt Emma tegen haar geschrokken kleindochter, bij wie de tranen in de ogen schieten. ‘Spaar je tranen! Zo’n engel is uiteindelijk maar een sentimentele, romantische illusie van de werkelijkheid! Net als Kerstmis, eerlijk gezegd!’ 

Volgende week deel 4 van onze kerstfeuilleton (slot)