Met een groot gevoel van Zen, onder het luisteren naar mijn lievelingsmuziek sleutel ik aan een naaipatroon. Gelukkiger dan dit kan ik niet worden; bezig met iets zelf te maken. Ik naai nieuwe hoezen voor mijn kostbare designstoel uit 1980. In onze generatie van vijftigers en zestigers repareren wij nog veel: apparaten die dienst weigeren, losgeraakte knopen zetten we weer aan, opengescheurde naadjes stikken we weer dicht of we vermaken kleding. Ware trendsetters op het gebied van duurzaamheid. Zo ben ik nu bezig met een nieuwe hoes voor mijn designstoel Wink. Een stoel waarvan ik zoveel houd, dat ik van plan ben hem straks nog mee te nemen naar het verpleegtehuis, als ik daarheen door verregaande ouderdom word verwezen.

Droomstoel

Mijn geliefde designstoel stond in een etalage bij ons in de buurt. Als we er langs kwamen, keek ik verlangend naar de kleurrijke stoel. Ik vond dat die speciaal op mij wachtte. Die droom kwam uit, toen hij op mijn verjaardag dankzij mijn man ineens in mijn huis stond! De stoel had verwisselbare hoezen en twee flappers als hoofdsteun. Dat gaf hem meteen zijn bijnaam, ‘orenstoel’. Officieel heet hij ‘Wink’, Engels voor ‘knipoog’. Zijn ontwerper is Toshiyuki Kita en de stoel werd in Italië door het designbedrijf Cassina gemaakt. Inmiddels is het model Wink al veertig jaar oud maar nog steeds te koop. Het leuke is dat je door verschillende hoezen de stoel een persoonlijk tintje kunt geven. Die hoezen kosten echter een paar honderd gulden per stuk. Zo rijk waren we niet. Ik maakte daarom zelf hoezen. Nu krijgt de stoel al weer zijn derde outfit zonder iets nieuw aan te schaffen. Een oud fluwelen gordijn van zestig jaar oud en twee lappen van gobelinstof geven de stoel een metamorfose. ..Zo blijft de stoel bewaard en is ook nog eens een voorbeeld van duurzaamheid.

De stoel van Cassina kan er na een derde ‘facelift’ weer tegen…

Jeukende handen

Als ik niet bezig ben met iets te maken, gaan mijn handen jeuken. Zo heb ik altijd diverse projecten tegelijkertijd onder handen. Ik heb vier wasmanden met wol, een kast die uitpuilt van de lappen, een doos met allerlei band en lint en half uit elkaar gesloopte kleding. Vroeger maakte ik daarvan voor verkleedfeesten van mijn kinderen op school heksenjurken, vossenpakken, een cape voor een Batmanoutfit en -toen het nog niet ter discussie stond- een zwartepietenpak. Ik naaide gordijnen op verzoek van mijn dochter. En zo heb ik nu de nieuwe hoezen voor mijn geliefde designstoel onder handen en jeuken mijn handen dus even niet.

Vooroorlogse generatie was al duurzaam

Onze ouders hebben het goede voorbeeld voor duurzaamheid al gegeven. Onze moeders naaiden en breiden zelf kleding. Ik bewaar nog een pulloverspencer en compleet verwassen sokken van mijn vader, voor hem gemaakt door zijn moeder. Het geldgebrek en het belang van zelf maken was in mijn opa’s en oma’s leven dan ook groter dan voor ons nu. Onze portemonnee is inmiddels gevuld maar ons klimaat wordt steeds armer. Gelukkig is er sprake van een ommekeer. Steeds meer mensen proberen duurzamer te leven. Er wordt geconsuminderd en we gaan zuiniger om met grondstoffen. Een goede voedingsbodem voor het ontstaan van de Repair Cafés waar je kapotte apparaten kan laten repareren. Bij ons thuis begon het repareren en opknappen al in de jaren zeventig, uit geldgebrek. Maar we gaan er mee door, omdat het ook vaak leuk is om te doen en omdat geliefde spullen daardoor niet hoeven te worden afgedankt.

De spencer die Karin’s oma bijna een eeuw geleden voor haar vader breide.
Pannenlappen leren maken op de lagere school.

Jong geleerd, oud gedaan

Ik heb nog steeds een paar pannenlappen, die ik op de lagere school heb gemaakt. Daar leerde ik haken en breien. Op de middelbare school in wat nu de brugklas heet, kreeg ik met de meisjes uit mijn klas naailes. En dat terwijl ik op het gymnasium zat en niet op de huishoudschool! Ik maakte op mijn dertiende tijdens die naailessen een keurige geruite kokerrok. Drie jaar later in de minirokkentijd maakte ik die rok twintig centimeter korter. Mijn kinderen kregen in de brugklas ook nog lessen zelfverzorging. In elk geval hebben ze leren koken. Tijdens de lessen Kunstzinnige Vorming deden ze nog wat handvaardigheid op. Maar het ging vooral om de creativiteit. Opknappen en repareren was niet aan de orde. Kleding en meubels waren gemakkelijk en goedkoop te vervangen in de afgelopen decennia. Gelukkig hebben ze wel het plezier in zelf maken ontdekt en de trots en de tevredenheid die dat geeft.

Zelf maken herleeft!

Want zelf kleding maken is weer in opkomst. DIY (de afkorting voor Do-it-yourself) is een gangbare kreet geworden. Ik zie in de generatie van mijn kinderen (dertigers en veertigers) dat ze met behulp van Youtube weer kleding maken en leren breien en haken. Mijn dochter haakte al een babyjasje voor de eerstgeborene van haar beste vriendin. Mijn nicht is een fanatieke breister die dekens, truien en sjaals aflevert en al veel familieleden een plezier heeft gedaan met eigen maaksels. Prachtig! Trots delen ze hun scheppingen op Facebook en Instagram en zo inspireren ze elkaar. Duurzaam is zo geen dure plicht maar een gevolg van het plezier van maken!

Meer lezen over zelf maken

Karin de Lange gaf eerder al haar patroon voor clowntje Bumba, een populair televisiefiguurtje. Marlies Mielekamp ontspant tijdens het haken, dat ze inmiddels al jaren doet. Zo maakt ze de mooiste stukken. Ook geïnteresseerd in haken? Klik dan hier. Stella Ruisch schreef over haar brei’kunst’. Brigitte Leferink houdt meer van borduurwerk.

Openingsfoto: Zelf een nieuwe hoes maken voor de stoel. Alle foto’s: ©Karin de Lange